Endocrinologie / diabetologie

De endocrinologie richt zich op het opsporen en behandelen van aandoeningen die ontstaan door afwijkingen in hormonale of endocriene klieren. Deze klieren geven hun stoffen rechtstreeks af in het lichaam en omvatten onder meer de schildklier, bijschildklieren, hypofyse, geslachtsklieren en bijnieren. Daarnaast behandelt de endocrinologie ook stofwisselingsstoornissen, zoals diabetes (suikerziekte), cholesterolproblemen en overgewicht.

Behandeling

Zodra de diagnose is gesteld, is het van belang om onmiddellijk met de behandeling te starten. Er zijn enkele belangrijke pijlers in de behandeling van diabetes.

  • De tijd dat men bij diabetes een streng ‘dieet’ gaat aanbevelen is voorbij.  Voor een diabetespatiënt is het belangrijk juiste voedingskeuzes te maken, het juiste lichaamsgewicht na te streven en voldoende te bewegen zodat alle organen van het lichaam harmonieus hun werk kunnen doen en het optreden van zowel korte termijncomplicaties ( hypo, hyper) als laattijdige complicaties ( hart- en vaatziekte, nierlijden, …) te kunnen beperken en/of te kunnen voorkomen.

    Een gezond eetpatroon blijven volgen is niet gemakkelijk en vraagt een aanhoudende zelfdiscipline en de nodige kennis van voeding.

    Er moet extra aandacht zijn voor koolhydraten en voedingsvetten.

    Koolhydraten (KH) zijn te onderscheiden in suikers ( snelle opname) en zetmelen ( trage opname). Snelle suikers zijn te vinden in snoep, honing, frisdranken, gebak. De trage suikers daarentegen zijn te vinden in brood, rijst, pasta, aardappelen en granen.

    Het lichaam gebruikt deze koolhydraten als brandstof om energie te verkrijgen. De hoeveelheid en soort van de koolhydraten samen met de tijdstip van inname beïnvloeden in sterke mate uw glycemie (bloedsuiker)

    Omdat bij diabetes de kans op hart- en vaatziekte groot is, speelt de keuze van voedingsvet een belangrijke rol. Er bestaan 2 soorten vetten: verzadigde en onverzadigde vetten. Verzadigd vet vindt u onder meer in roomboter, margarine, frituurvet, gebak, volle melkproducten en kazen. Onverzadigde vetten zitten in alle oliën, dieetmargarines, vette vis en noten.

    Algemene raadgeving:

    • Streef naar een gezond evenwicht
    • Beweeg regelmatig: 30 minuten per dag
    • Sla geen maaltijd over
    • Neem bij elke maaltijd koolhydraten
    • Zorg voor variatie in uw voeding
    • Neem liever volkoren of vezelrijke broodsoorten, rijst of deegwaren
    • Wees zuinig met smeer- en bereidingsvetten
    • Beperk het gebruik van het zoutvaatje
    • Drink voldoende: minstens 1.5 liter water
    • Beperk alcohol

    Individueel dieetinfo en begeleiding in uw dieet krijgt u van de diëtiste.

  • Om beter inzicht te krijgen in uw diabetes en om uw bloedglucosespiegel onder controle te krijgen, kan u zelf uw bloedglucose meten.

    Door deze zelfcontrole kan u de bloedsuiker bijsturen. Met een bloedglucosemeter kan u snel uw bloedsuiker bepalen. Deze bloedtest geeft u een beeld van uw bloedsuiker op dat moment. Zo worden streefwaarden, vooropgesteld door uw arts, makkelijker bereikt. Deze waarden worden individueel bepaald en kunnen bijvoorbeeld variëren in functie van leeftijd, zwangerschap, … . 

    U kunt uw meetresultaten, uw dosis insuline en insuline aanpassingen invullen in een dagboekje. Breng dit boekje steeds mee als u op consultatie komt.

    Uw meter heeft ook geheugen dat de arts of diabeteseducator kan bekijken tijdens de raadpleging om uw insulinetherapie te optimaliseren.

    Hoe vaak de glycemie meten:

    Hoe vaak je de glycemie moet meten is afhankelijk van je behandeling en je arts.
    Neem steeds een dagprofiel tenzij we anders vragen.

    Een dagprofiel = 4 keer per dag de bloedsuiker meten:

    • voor het ontbijt
    • voor het middagmaal
    • voor het avondmaal
    • voor het slapen gaan

    Hoe de glycemie meten:

    • was altijd eerst de handen met lauw water zonder zeep ( voor het bloedprikken)
    • steek iedere dag een nieuwe naald in de prikpen
    • wissel altijd goed af van vingers en prik ook altijd aan de zijkant van de vingertop
    • sluit het potje met strips altijd goed
  • Welke medicatie we starten is afhankelijk van het type diabetes

    • Type 1 diabetes: Wordt opgestart met insuline. Dit kan op verschillende manieren worden toegediend: pentherapie of pomptherapie
      • Insuline: 
        • Snelwerkende insuline
        • Traagwerkende insuline
      • In onze conventie werken we met de Omnipod en Medtronic 780G insuline pompen
    • Type 2 diabetes: Kan zowel apart als gelijk starten:
      • Voedingsmaatregelen
      • Orale medicatie (zie brochure bij downloads)
      • GLP 1- analogen
      • Insuline
        • Snelwerkende insuline
        • Traagwerkende insuline

    Het doel van de behandeling is het vermijden van acute complicaties zoals een hypoglycemie ( = te lage bloedsuiker) maar ook van de chronische complicaties. Deze omvatten hart- en bloedvaatziekte, nierproblemen, oogaandoeningen, aantasting van de zenuwbanen met op termijn ook kans op ernstige voetwonden.

    Naast het streven naar een normaal bloedsuikergehalte zijn rookstop, behandelen van hoge bloeddruk, hoge cholesterol en het vermijden van schadelijke producten voor de nieren aangewezen. Jaarlijkse screening naar de aanwezigheid van de complicaties is een must.

Downloads