Noorderhart bouwt nieuw ambulant centrum

16 oktober 2026

Vanaf maandag 19 oktober starten op de campus van Noorderhart Mariaziekenhuis in Pelt de werken aan een nieuw ambulant centrum. Daarmee zet Noorderhart een volgende grote stap in de vernieuwing van zijn zorginfrastructuur. Na het nieuwe chirurgisch dagcentrum en het nieuwe Revalidatie & MS Centrum moet ook het ambulant centrum het ziekenhuis klaarstomen voor een zorglandschap waarin steeds meer onderzoeken, consultaties en behandelingen zonder klassieke opname gebeuren. Voor patiënten uit Noord-Limburg betekent dat vooral: meer gespecialiseerde zorg dicht bij huis, kortere wachttijden en meer comfort.

De manier waarop ziekenhuizen zorg organiseren, verandert snel. Patiënten blijven minder lang opgenomen, steeds meer ingrepen gebeuren in daghospitalisatie en ook diagnostiek, opvolging en behandeling verschuiven naar een ambulante omgeving. Tegelijk groeit de vraag naar gespecialiseerde zorg en breidt het artsenkorps van Noorderhart verder uit. Met het nieuwe ambulant centrum speelt Noorderhart op beide evoluties in. Het wordt geen losstaand consultatiegebouw, maar een nieuwe schakel in een zorgcampus die de voorbije jaren grondig wordt vernieuwd.

“We willen vandaag de infrastructuur creëren die we morgen nodig hebben”, zegt Christophe Van Laethem, algemeen directeur van Noorderhart. “Daarbij vertrekken we niet van de gebouwen, maar van de patiënt: welke zorg heeft die nodig en hoe kunnen we die zo goed en comfortabel mogelijk dicht bij huis organiseren?”

Bijna 5.500 m² nieuwe en vernieuwde ruimte
De nieuwbouw zelf omvat ongeveer 2.262 m². Daarnaast wordt ruim 3.200 m² bestaande consultatieruimte heringericht. De totale operatie bestrijkt zo bijna 5.500 m². Orthopelt krijgt op de gelijkvloerse verdieping een nieuwe thuis. Op de eerste verdieping komen onder meer de raadplegingen oncologie, pneumologie en gastro-enterologie, op de tweede verdieping urologie. Een technische verdieping vervolledigt het nieuwe gebouw. Ook de personeelsinfrastructuur wordt aangepakt, met onder meer een uitbreiding van de refter en bijkomende vergaderruimtes.
De uitbreiding is broodnodig. Sinds de ingebruikname van het huidige ziekenhuis, ruim 20 jaar geleden, is de ambulante activiteit sterk gegroeid. “Het ziekenhuis barst qua raadplegingsactiviteit stilaan uit zijn voegen”, zegt dr. Dirk van Lier, cardioloog en voorzitter van de medische raad. “Op cardiologie alleen al zijn we in 20 jaar verschillende keren verhuisd om meer ruimte te creëren. Tegelijk hebben we de voorbije jaren nieuwe artsen aangetrokken. Dat is goed nieuws, maar die mensen moeten natuurlijk ook een plaats hebben om hun patiënten te ontvangen.”

Duurzaamheid van ontwerp tot uitvoering
Ook bij het ontwerp en de bouw van het ambulant centrum maakt Noorderhart bewuste duurzame keuzes. Het gebouw krijgt doorgedreven isolatie, energiezuinige beglazing en zonnepanelen op het dak. Het wordt ook voorbereid op een toekomstige aansluiting op een groter warmtepompsysteem. Bestaande principes, zoals het hergebruik van regenwater voor de toiletten en de opvang van overtollig regenwater in wadi’s, worden doorgetrokken naar de nieuwbouw. Zelfs tijdens de werken wordt rekening gehouden met de milieu-impact: de bouwkranen zullen op batterijen werken in plaats van op dieselgeneratoren. Volgens facilitair directeur Dirk Van Gorp bouwt Noorderhart daarmee voort op duurzame keuzes die het ziekenhuis al meer dan twintig jaar toepast.

Het ziekenhuis past zich aan de patiënt aan
Het nieuwe centrum moet niet alleen méér capaciteit creëren. Het biedt ook de kans om ambulante zorg anders te organiseren. Patiënten die voor een raadpleging komen, hoeven straks niet noodzakelijk diep het ziekenhuis in. De nieuwe omgeving wordt overzichtelijker en toegankelijker, met bijzondere aandacht voor logische patiëntenstromen, aangename wachtzones en een efficiënte opeenvolging van consultaties en onderzoeken. “De beweging die we willen maken, is eigenlijk heel eenvoudig”, zegt Van Laethem. “Vroeger moest de patiënt zich vaak aanpassen aan de organisatie van het ziekenhuis. We willen steeds meer naar het omgekeerde: wij moeten onze organisatie aanpassen aan de patiënt. De infrastructuur moet die visie ondersteunen.”

Bij de inrichting wordt daarom sterk gekeken naar het traject dat een patiënt aflegt. Bij Orthopelt wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een flow waarbij patiënten na hun consultatie niet opnieuw door een volle wachtzaal hoeven, maar via het secretariaat meteen een vervolgafspraak kunnen maken en vertrekken.

Dr. Geert Leirs, orthopedist bij Orthopelt: “Als je dagelijks veel patiënten ontvangt, maken ogenschijnlijk kleine keuzes een groot verschil. Waar komt iemand binnen? Hoe vindt die persoon de juiste ruimte? Waar gaat hij na de consultatie naartoe? We hebben heel bewust over die bewegingen nagedacht. Het doel is een omgeving waarin patiënten vlot geholpen worden en waarin artsen en medewerkers efficiënt kunnen werken.”

Gespecialiseerde zorg dicht bij huis
De extra capaciteit moet Noorderhart ook toelaten zijn regionale opdracht verder uit te bouwen. De bevolking in Noord-Limburg vergrijst - zoals in de rest van Vlaanderen - en de vraag naar gespecialiseerde zorg neemt toe. Tegelijk investeerde Noorderhart de voorbije jaren in de uitbreiding van zijn artsenkorps. Meer artsen zonder bijkomende consultatieruimte lost echter weinig op. Het nieuwe centrum moet ruimte creëren om verder te groeien en waar mogelijk ook wachttijden terug te dringen.

“We zijn een regionaal ziekenhuis en willen er in de eerste plaats zijn voor de mensen uit onze regio”, zegt van Lier. “Mensen moeten voor kwaliteitsvolle zorg niet verder rijden dan nodig. Met deze nieuwbouw kunnen we onze raadplegingsactiviteit verder uitbouwen en nieuwe collega’s aantrekken. Dat komt uiteindelijk rechtstreeks de patiënt ten goede.”
De nabijheid van het ziekenhuis blijft daarbij bewust behouden. Noorderhart kiest er niet voor om de verschillende artsenpraktijken over afzonderlijke locaties in de regio te verspreiden. Consultaties, diagnostiek, behandeling, daghospitalisatie en andere ziekenhuisexpertise blijven zo dicht mogelijk bij elkaar. Leirs ziet daarin een belangrijk voordeel voor patiënten. “Je wilt eigenlijk naar een soort one-stop-shop: de patiënt komt hier en vindt de expertise die hij nodig heeft op dezelfde campus. Ook als er bijkomend onderzoek, een ingreep of revalidatie nodig is, zitten de verschillende schakels dicht bij elkaar.”

Artsen investeren mee
Het ambulant centrum is ook financieel een bijzonder project. De klassieke overheidsfinanciering voor ziekenhuisinfrastructuur dekt consultatieruimtes niet op dezelfde manier als andere ziekenhuisvoorzieningen. Daarom werd een financieringsmodel uitgewerkt waarin ziekenhuis en artsen samen verantwoordelijkheid opnemen.

Opvallend is dat niet alleen de artsen die straks zelf in het nieuwe centrum raadpleging houden bijdragen. Het volledige artsenkorps draagt mee. “Voor mij is die solidariteit een van de mooiste elementen van het hele verhaal”, zegt van Lier. “Ook artsen die zelf geen consultatieruimte in het nieuwe gebouw zullen gebruiken, dragen financieel bij. Dat is vrijwillig en het is een sterk signaal van loyaliteit tegenover het ziekenhuis en tegenover elkaar. We kiezen ervoor om onze zorg hier samen verder uit te bouwen.”

Aan die keuze gingen jaren van overleg vooraf. Verschillende modellen lagen op tafel, waaronder raadplegingsactiviteiten buiten de ziekenhuissite. Uiteindelijk kozen ziekenhuis en artsen ervoor de ambulante zorg nauw met Noorderhart verbonden te houden.

Ook dr. Rik Verroken, hoofdarts, speelde een belangrijke rol in het lange voorbereidingstraject. “Zo’n project krijg je alleen gerealiseerd wanneer er voldoende vertrouwen is en mensen bereid zijn over hun eigen discipline heen te kijken. Niet elke arts zal in de nieuwbouw werken, maar uiteindelijk wordt het hele ziekenhuis sterker wanneer we onze ambulante zorg op deze manier kunnen uitbouwen.”

Investering in een volledige zorgketen
De geraamde investering in de nieuwe en vernieuwde ambulante infrastructuur bedraagt ongeveer 26,7 miljoen euro, exclusief financieringslasten. Over de volledige financieringsperiode wordt de totale kost geraamd op circa 41,9 miljoen euro. Volgens Marc Vanderbeeken, financieel directeur van Noorderhart, mag het project echter niet als een klassieke vastgoedinvestering worden bekeken: “Dit is geen gebouw dat op zichzelf staat. We bouwen een volledig ambulant traject uit, van consultatie en diagnostiek tot dagbehandeling en dagchirurgie. Samen met het nieuwe chirurgisch dagcentrum geven we zo een antwoord op een fundamentele verschuiving in de gezondheidszorg: van verblijvende naar steeds meer ambulante zorg. Dat ziekenhuis en artsen erin slagen om die omslag samen financieel mogelijk te maken, is bijzonder belangrijk.”

Aantrekkelijker voor nieuwe medewerkers en artsen
Moderne infrastructuur moet Noorderhart ten slotte ook aantrekkelijker maken als werkplek. De strijd om zorgprofessionals is groot en zeker voor een regionaal ziekenhuis is het belangrijk om nieuwe artsen en andere medewerkers niet alleen te kunnen aantrekken, maar hen ook een omgeving te bieden waarin ze goed kunnen werken. “Nieuwe bakstenen trekken nieuw volk aan”, zegt van Lier. “Dat klinkt misschien wat eenvoudig, maar er zit veel waarheid in. Als je een nieuwe collega verwelkomt en vervolgens moet zoeken naar een stoel of een ruimte om patiënten te ontvangen, geef je niet het juiste signaal. Mensen moeten hier het gevoel krijgen dat ze welkom zijn en een professionele thuis hebben.”

Vanaf 19 oktober gaat de schop de grond in. Voor Noorderhart is het ambulant centrum daarmee veel meer dan de volgende werf op de campus. Samen met het chirurgisch dagcentrum en het nieuwe Revalidatie & MS Centrum krijgt een ziekenhuis van de toekomst stilaan concreet vorm: met meer capaciteit, kortere lijnen en gespecialiseerde zorg die voor de inwoners van Noord-Limburg zo dicht mogelijk bij huis blijft.